|
|
|
| |
 |
|
Wat is IKM?
Welke eisen stelt IKM aan de productie van melk op het melkveebedrijf?
Welke extra eisen stelt IKM aan het transport en de ophaling van rauwe melk?
Wat is AA-melk?
Waarom is melk wit?
Welke rol spelen de overheid en de zuivelsector?
Hebben koeien een paspoort?
Hoeveel eet een koe?
Hoeveel drinkt een koe?
Hoeveel melk geeft een koe?
Mag iedereen melk verwerken?
Wat betekent het keurmerk?
Wat moet op het etiket vermeld staan?
Mogen er additieven toegevoegd worden aan zuivelproducten?
Wordt melk gecontroleerd op antibiotica?
Zijn er controles op mogelijke contaminanten?
Waarom is melk gezond?
Is het drinken van rauwe melk (niet-verhitte melk) of het eten van producten bereid met rauwe melk gevaarlijk ?
Is melk een goede bron van calcium?
Wat is IKM?
IKM staat voor Integrale Kwaliteitszorg Melk. Dit project, opgestart in 1999, is een vrijwillig systeem van de zuivelsector dat bovenop de strenge wettelijke normen komt. Het past in het streven naar een integrale ketenbewaking (IKB) voor de diverse sectoren. De Belgische zuivelsector nam met IKM het voortouw in België en staat in Europa model. IKM werd opgezet in overleg met vertegenwoordigers van de zuivelindustrie en de landbouworganisaties. Een nationaal overlegorgaan neemt alle beslissingen betreffende de inhoud van de IKM-lastenboeken. Momenteel zijn de lastenboeken voor de luiken productie en transport uitgewerkt en operationeel. Twee regionale instellingen (1 voor Vlaanderen en 1 voor Wallonië) houden toezicht op IKM.
Welke eisen stelt IKM aan de productie van melk op het melkveebedrijf?
De aandacht van de consument reikt vandaag verder dan louter voedselveiligheid; vaak wil hij ook weten in welke omstandigheden het product is voortgebracht. Het IKM-lastenboek speelt op die bekommernis in door, naast aspecten van voedselveiligheid, ook de vereisten voor een duurzame melkproductie uit te stippelen.
De aanpak startte in 2000 en vijf jaar later gebeurt al meer dan 85% van de melkproductie in België onder IKM-gecertificeerde voorwaarden.
De ketenbewaking op het melkveebedrijf kijkt momenteel toe op meer dan 100 punten die opgedeeld zijn in vijf thema’s: dierengezondheid, dierenwelzijn, melkwinning, reiniging en milieu. Deze aandachtspunten slaan op de bestaande reglementering, aangevuld met aspecten van goede landbouwpraktijk. Deze laatste gaan verder dan wat de wetgever oplegt.
Onder dierengezondheid vallen voorzorgsmaatregelen en gerichte ziektenbestrijding die de gezondheid van de koeien moeten bevorderen. Er wordt onder meer voorzien dat de bedrijfsdierenarts moet beschikken over een GVP-erkenning (Goede Veterinaire Praktijk). De melkveehouder moet een procedure hanteren voor het herkennen van met medicijnen behandelde dieren. Verder wordt een beperking van het geneesmiddelengebruik nagestreefd om de veiligheid van de geleverde melk op elk ogenblik te garanderen. Een goed werkende melkmachine is daartoe een noodzakelijke voorwaarde. Dit wordt bekomen door o.a. het jaarlijks verplicht nameten van de melkinstallatie.
In het luik dierenwelzijn komen de huisvesting, de voeding en verzorging van het melkvee aan bod. Voor de huisvesting van de koeien zijn er normen voor de inrichting van de stal (bijvoorbeeld afmetingen van ligboxen en eetstanden,...), de veiligheid, de verlichting en de verluchting van de stal.
Tevens wordt de beschikbaarheid en de kwaliteit van het drinkwater omschreven en worden weidebeloop en of grasvoorziening geregeld. Van de leveranciers van dierenvoeding wordt geëist dat zij een GMP-erkenning (Good Manufacturing Practices of Goede Productiepraktijken) hebben of behalen.
Melkwinning waakt over het hygiënisch melken door de melkveehouder met een goed functionerende melkinstallatie in een hygiënische omgeving. Ook de voorbehandeling van de uiers is een belangrijk punt in het IKM-kwaliteitsstreven. De goede bewaring van de melk in een snel en goed werkende melkkoeltank vormt een ander belangrijk facet. Deze koeltank moet geplaatst zijn in een net, goed verlicht en verlucht, voldoende ruim en gemakkelijk bereikbaar lokaal. Zowel de melkinstallatie als de koeltank worden respectievelijk jaarlijks en tweejaarlijks gecontroleerd door een erkend specialist volgens een ISO-normering.
Een doeltreffende reiniging van de melkveestal, van de melkinstallatie, van de koeltank en van het melk- en tanklokaal staat in het luik reiniging centraal. Ook worden de gebruikte reinigings- en ontsmettingsmiddelen en hun dosering gecontroleerd evenals de reinigingstemperatuur en het gebruikte water dat van drinkwaterkwaliteit moet zijn.
Het laatste maar niet het minste thema behelst het milieu met aandacht voor de veilige opslag van reinigingsmiddelen en voor de verzorging van de bedrijfsomgeving. Enkel op een bedrijf dat prima in orde is, is een gezonde, veilige en verantwoorde melkproductie mogelijk.
De zuivelsector wil met deze kwaliteitsbenadering via autocontrole aan de spits blijven staan van de integrale ketenbewaking.De uiteindelijke doelstelling is het overgrote deel van de totale Belgische productie van rauwe melk via IKM, van producent tot consument, te garanderen.
Welke extra eisen stelt IKM aan het transport en de ophaling van rauwe melk ?
Sinds begin 2001 bestaat het lastenboek IKM-Transport dat logischerwijze op dit van IKM-Productie volgt. Doel is garanties te bieden voor het vervoer van melk met de ophaalwagen. Dit begint bij het inslaan
van de melk bij de melkproducent en eindigt als de melk in het zuivelbedrijf wordt gelost.
Voor deze schakel van de melkproductieketen staan de zuivelbedrijven of kopers van melk in.
Voor de melkophaling en melktransporten garandeert het IKM-certificaat de goede praktijk van de melkophalers-transporteurs en waarborgt de voedselveiligheid en de traceerbaarheid van de grondstof rauwe melk.
De ‘goede transportpraktijk’ GTP omschrijft een aantal controlepunten onderverdeeld in vijf essentiële delen:
- Een correcte melkophaling op het melkbedrijf impliceert de controle, het laden en de bemonstering van de rauwe melk in optimale technische en hygiënische omstandigheden.
- Een correct transport van rauwe melk tussen de ophaling op het melkbedrijf en de melkinrichting en tussen de melkinrichtingen onderling. De nadruk wordt gelegd op de maatregelen die moeten genomen worden om de oorspronkelijke melkkwaliteit te bewaren.
- De ontvangst van de rauwe melk in een melkinrichting gebeurt in optimale technische en hygiënische omstandigheden.
- Een efficiënt reinigingsstation en het reinigen van het materiaal en de apparaten die met de melk in aanraking komen. De reiniging- en ontsmettingsproducten worden gecontroleerd en tevens de reinigingstemperatuur en het gebruikte water, dat van humane drinkwaterkwaliteit moet zijn.
De gevaren voor de voedselveiligheid worden onderzocht in een HACCP-studie.
De toepassing van de normen uit het lastenboek geeft invulling aan de beheersmaatregelen van de kritische controlepunten (CCP) en de punten van aandacht (PVA) en beschrijft tevens de corrigerende maatregelen.
Meer dan 85% van de getransporteerde melk in België gebeurt onder IKM-gecertificeerde voorwaarden.
Wat is AA-melk?
AA-melk is een label voor consumptiemelk. Het is dus melk die niet alleen voldoet aan alle strikte Europese voorwaarden, maar er nog een "toetje" bovenop doet. De producent van AA-melk moet zich houden aan nog strengere wettelijk vastgelegde eisen op het vlak van:
-de gezondheid van zijn dieren;
-zijn melkinstallatie;
-de kwaliteit van zijn geleverde melk nl. strengere eisen voor het kiemgetal en het celgetal.
Naast de officiële analysen die gebeuren voor alle melk, wordt in het kader van de specifieke AA-melk reglementering bijkomend gecontroleerd op coli-achtige bacteriën. Deze bacteriën kunnen de aanwezigheid verraden van ziekteverwekkende bacteriën. Ook bij de ophaling en verwerking van AA-melk door het zuivelbedrijf gelden strengere eisen. Zo moet AA-melk minstens om de 48 uur opgehaald worden en mag de temperatuur niet hoger zijn dan 7°C bij de aankomst in het zuivelbedrijf. Bij gewone melk mag 72 uur liggen tussen twee ophaalbeurten en mag de temperatuur tot 10°C oplopen.
Waarom is melk wit?
Vet en een deel van de eiwitten drijven als minuscule bolletjes in de melk; deze zorgen voor de witte kleur. De vetbolletjes drijven naar boven als de verse melk een paar dagen wordt bewaard. Dit is het opromen van de melk. Tegenwoordig worden die bolletjes in de fabriek zo klein gemaakt dat ze bijna niet meer naar boven komen (homogeniseren). De eiwitbolletjes zijn nog kleiner.
Welke rol spelen de overheid en de zuivelsector?
De voedselcrises van de jongste jaren hebben bij de verbruiker de roep naar gezonde en veilige voeding aangescherpt. De indruk kon bestaan dat voordien geen aandacht ging naar kwaliteitszorg. Niets is minder waar. De Belgische zuivelsector kent een lange traditie van uiterste kwaliteitszorg waarbij alle schakels van de keten belangrijke inspanningen deden en doen om een gezond en goed product op de markt te brengen. Nog lang voor er in Europa sprake was van een gemeenschappelijk zuivelbeleid, startte in België de voorlichting aan de melkveehouders om melk van hoge kwaliteit te produceren. Aanvankelijk waren het vrijwillige initiatieven die echter snel een wettelijk kader kregen.
De officiële kwaliteitsbepaling van de melk geproduceerd op het melkveebedrijf begon in 1964 met de oprichting in elke provincie van een "Comite voor de Melkkwaliteit". Die Comites zijn ondertussen omgevormd tot zogenaamde interprofessionele organismen voor de bepaling van de kwaliteit en de samenstelling van de melk. Deze comites worden verder in de tekst aangeduid als "erkende labo’s".
De overheid erkent en controleert deze labo’s. Het systeem steunt op een eenvoudige visie: kwalitatief hoogwaardige en veilige eindproducten zijn alleen mogelijk als de zuivelsector werkt volgens vaste regels en met grondstoffen van onberispelijke kwaliteit. Dit betekent niet alleen dat de producten volledig aan de gestelde normen moeten voldoen, maar ook dat er aan de kwaliteit van de productieprocessen tal van eisen worden gesteld. Controle is dus het sleutelwoord.
Naast toezicht door de overheid laten de landbouworganisaties en de zuivelindustrie zich niet onbetuigd bij een strenge kwaliteitsbewaking.
De zuivelsector nam zelf het initiatief om de officiële kwaliteitsbewaking te versterken met een systeem van Integrale Kwaliteitszorg Melk.
Hebben koeien een paspoort?
Op het eind van de jaren tachtig ontwikkelde het Belgische ministerie van Landbouw Sanitel, een geïnformatiseerd identificatie- en registratiesysteem voor zogenaamde nutsdieren. Voor rundvee is het sinds 1993 van toepassing.
Dieren, landbouwbedrijven, verantwoordelijken en dierenartsen worden geregistreerd en per bedrijf wordt er een permanente inventaris bijgehouden. Elk rund wordt gemerkt met twee identieke oormerken en heeft een identificatiedocument waarop, naast de oormerknummers, de naam van de verantwoordelijke veehouder en het adres van het bedrijf vermeld staan. Telkens een dier van bedrijf verandert, worden deze gegevens up-to-date gehouden. Sanitel beperkt zich niet tot de runderen. Het systeem met individuele oormerken werd uitgebreid tot de varkens en kleine herkauwers (schapen, geiten ...), terwijl bij pluimvee een groepsidentificatie geldt.
Eerste doel van Sanitel was een beeld te hebben van de gezondheidstoestand van de Belgische veestapel. Later werd het systeem uitgebreid tot het beheer van voedselveiligheid (illegaal gebruik van groeibevorderaars, residuen in melk of chemische verontreiniging).
Deze laatste toepassing is uniek in de Europese Unie. Wanneer een veehouder een dier of een product op de markt brengt dat niet-toegelaten residuen bevat, krijgt zijn kudde een specifiek statuut gedurende een bepaalde periode. Zo is er sprake van een R, H of C statuut afhankelijk van het ontdekken van residuen, hormonen of contaminanten. Gedurende een bepaalde periode worden de bedrijven met dat statuut extra in de gaten gehouden en mogen ze niet in het normale circuit actief zijn. Al hun documenten dragen een R-, H- of C-stempel. Dat helpt fraude voorkomen en verhoogt dus de voedselveiligheid.
Hoeveel eet een koe?
Een koe eet ongeveer 60 kilo gras per dag. De melkveehouder moet erop toezien dat het gras dat de koe eet niet verontreinigd is. Naast het gras krijgt de koe ook mengvoeders en ruwvoeders. Deze veevoeders zijn afkomstig van bedrijven die door de controle-instanties erkend en goedgekeurd zijn.
Hoeveel drinkt een koe?
Een koe drinkt tussen de 60 en 100 liter water per dag.
Hoeveel melk geeft een koe?
De melkproductie gaat na de geboorte van een kalf geleidelijk omhoog; na ongeveer twee maanden kan dit oplopen tot 25 liter per dag. Dit is per koe natuurlijk verschillend; het hangt ook af van het ras.
Mag iedereen melk verwerken ?
Elke inrichting die melk en producten op basis van melk behandelt, verwerkt en verpakt, moet vooraf erkend zijn door het Voedselagentschap.
Ook wie hoevezuivel bereidt, heeft een erkenning nodig.
Klassieke zuivelbedrijven die grote hoeveelheden melk verwerken, moeten aan alle eisen voldoen.
Voor bedrijven met een kleinere capaciteit en voor hoeves die rechtstreeks aan de consument verkopen, zijn de regels inzake infrastructuur niet zo strikt.
Wat betekent het keurmerk ?
Alle zuivelproducten moeten een keurmerk dragen, behalve als ze direct van producent naar consument gaan.
Een keurmerk bestaat uit een ovale omranding met:
in het bovenste deel het initiaal van het land van productie, zoals B voor België;
in het midden het erkenningsnummer van het zuivelbedrijf;
in het onderste deel EEG.
Het Belgisch erkenningsnummer bestaat uit een letter- en cijfercombinatie. De letter slaat op de hoofdactiviteit van de inrichting, bijvoorbeeld:
K = kaasfabriek
M = melkerij
CO = conditioneren
HP = hoeveproduct.
Wat moet op het etiket vermeld staan?
Naast de gegevens die verplicht zijn voor alle voedingsmiddelen (zoals benaming of houdbaarheidsdatum)
vermeldt het etiket op de zuivelproducten ook het keurmerk en de hittebehandeling die aan het einde van het bereidingsproces is toegepast. Op producten die geen enkele hittebehandeling gekregen hebben
tijdens de bereiding, moet de vermelding "met rauwe melk" op het etiket staan.
Mogen er additieven toegevoegd worden aan zuivelproducten?
De wetgeving voor additieven in zuivelproducten is heel strikt en Europees geregeld.
Additieven zijn totaal verboden in volle, halfvolle of magere consumptiemelk ("witte melk") net als in natuuryoghurt.
In andere zuivelproducten mogen slechts een beperkt aantal additieven toegevoegd worden.
Ze kunnen om meerdere redenen worden toegevoegd zoals voor de smaak, de kleur of de stabiliteit van het product. Bij toevoeging dienen ze steeds in de ingrediëntenlijst van het product te worden vermeld.
De Europese reglementering voor additieven is zeer streng. Niet alleen moeten de additieven een "nuttige" functie in het levensmiddel uitoefenen, ze moeten ook veilig zijn. Ze worden pas toegelaten als voldoende geweten is dat ze veilig zijn. Een additief dat met succes deze procedure doorloopt, krijgt een E-nummer. Europa laat enkel additieven toe die in een positieve lijst zijn opgenomen. Deze lijst vermeldt welk additief men in welk levensmiddel mag gebruiken.
Ook de maximale doses zijn opgenomen.
De boodschap van deze lijst is duidelijk: wat niet wettelijk toegelaten is, is verboden.
Wordt melk gecontroleerd op antibiotica?
De Europese Unie en de Belgische wetgever hebben duidelijke regels over de aanwezigheid van antibiotica in melk en zuivelproducten.
Doel is ook hier: de consumenten maximaal beschermen.
De wetgeving verplicht tot een dubbele controle: enerzijds op het melkveebedrijf dat de rauwe melk produceert en anderzijds bij de zuivelbedrijven die de melk verwerken tot zuivelproducten.
Melk is enkel geschikt voor consumptie als ze geen residu’s van antibiotica bevat boven de wettelijk vastgelegde limieten of gehalten (MRG). Dit wordt zeer strikt en op grote schaal gecontroleerd.
Op niveau van het melkveebedrijf wordt momenteel elke levering van melk aan het zuivelbedrijf onderzocht op de aanwezigheid van antibiotica. Dit betekent meer dan 2 miljoen analysen per jaar. Als er antibiotica aangetroffen worden, volgen hoge geldboetes.
Producenten die verschillende malen na elkaar niet voldoen aan de criteria voor kiemgetal en/of celgetal, lopen een leveringsverbod van 14 dagen op. Hetzelfde geldt als ze verschillende keren na elkaar melk leveren die sporen bevat van antibiotica.
Ze mogen pas opnieuw melk leveren bestemd voor menselijke consumptie, als ze via proefleveringen bewezen hebben opnieuw te voldoen aan de opgelegde normen.
Op het niveau van de melkerij moet ieder bedrijf, in het kader van de autocontrole, de geleverde rauwe melk controleren op de aanwezigheid van residu’s van antibiotica. Daarom neemt men van de melk die aankomt op het zuivelbedrijf, een staal dat via een "snelle test" geanalyseerd wordt op de aanwezigheid van residu’s van antibiotica. Bij een ongunstig resultaat van de analyse, mag deze melk niet gebruikt worden voor de bereiding van zuivelproducten bestemd voor menselijke consumptie.
Zijn er controles op mogelijke contaminanten?
Reeds verschillende jaren loopt er voor de melk- en zuivelsector een opsporingsplan naar mogelijke contaminanten. Dit gebeurt op een planmatige wijze via een monitoringplan. Daarbij worden stalen genomen in de verschillende productiestadia en schakels van de keten (melkveebedrijf, ophaalwagens, eindproducten in de zuivelbedrijven...). Er worden analysen uitgevoerd inzake een hele reeks van schadelijke stoffen. Als voornaamste kunnen vernoemd worden: dioxinen, PCB, aflatoxine, zware metalen, remstoffen van antibiotica, residu’s van bestrijdingsmiddelen.
Dat plan is momenteel ingepast in het Consumprogramma dat opgevat is voor de gehele voedingsmiddelensector.
Waarom is melk gezond?
De wetenschap is het erover eens dat melk en zuivelproducten voedzame voedingsmiddelen zijn. Zij leveren een belangrijke bijdrage tot een gezonde en evenwichtige voeding en zo ook tot een goede gezondheid. En dat op elke leeftijd. Melk en zuivelproducten zijn rijk aan verschillende essentiële voedingsstoffen en in het bijzonder aan hoogwaardige eiwitten, vitaminen van de B-groep en tal van mineralen zoals fosfor, magnesium, kalium, zink en uiteraard calcium.
De vitaminen A en D zijn vetoplosbare vitaminen. We vinden ze daarom enkel terug in volle en halfvolle melkproducten en in kaas.
Melkdrinkers halen in het algemeen beter de aanbevolen inname voor verschillende essentiële vitaminen en mineralen zoals vitamine B12, calcium en magnesium en lopen zo minder risico op voedingstekorten en daarmee mogelijk gepaard gaande gezondheidsproblemen.
Melk en zuivelproducten zijn als een apart deel opgenomen in de voedingsdriehoek, een voedingsvoorlichtingsmodel gebaseerd op de voedingsaanbevelingen van de Belgische Hoge Gezondheidsraad. De voedingsdriehoek geeft aan wat we elke dag nodig hebben om voldoende voedingsstoffen op te nemen en gezond te blijven. Bij deze aanbevelingen horen ook 3 tot 4 glazen melk en melkproducten en 1 tot 2 sneetjes kaas. Dit bevestigt eens te meer het belang van zuivelproducten in onze voeding.
Omgekeerd impliceert dit ook dat het belang van melk en zuivelproducten niet los kan en mag worden gezien van een gezond eet- en leefpatroon. Dit betekent dus ook bijvoorbeeld dagelijks voldoende groenten, fruit, brood, aardappelen en andere vezelrijke voedingsmiddelen eten, regelmatig vis gebruiken, matig zijn met vlees en vleeswaren, suiker, zout, alcohol en allerhande zoetigheden en snacks, het gewicht op peil houden, voldoende lichaamsbeweging nemen en niet roken.
Omdat zuivelproducten in het algemeen ook vet bevatten, leeft de vrees dat zuivelproducten leiden tot een te hoge vetinname en overgewicht.
Magere melkproducten, behalve kaas, bevatten echter zo goed als geen vet (en vetoplosbare vitaminen) meer maar wel ongeveer evenveel van alle andere voedingsstoffen zoals calcium. Het komt er dus op aan de juiste keuze te maken voor het juiste resultaat en de voorkeur te geven aan magere en halfvolle soorten.
Is het drinken van rauwe melk (niet-verhitte melk) of het eten van producten bereid met rauwe melk gevaarlijk ?
In principe niet, maar toch is enige voorzichtigheid geboden bij het drinken van rauwe melk. De basisvoorwaarde voor gezonde melk zijn gezonde koeien. Het Voedselagentschap kijkt toe of de dieren vrij zijn van besmettelijke veeziekten. De grootste dreiging gaat uit van ziekten als brucellose en tuberculose omdat die niet alleen besmettelijk zijn voor de koeien maar ook voor de mens. Men noemt een dergelijke ziekte een zoonose. Die ziekten kunnen via de melk overgedragen worden op de mens. De bacteriën komen via de bloedbaan terecht in de melk. Gelukkig komen deze ziekten in België nog maar weinig voor.
Tussen twee melkbeurten kan de uier van de koe bevuild worden met grond, mest, stro,...
Wanneer de uier niet voldoende gereinigd wordt voor het melken, kan dat vuil, samen met de hierin aanwezige bacteriën, in de melk terechtkomen. Op die manier kan de melk besmet worden met ziekteverwekkende bacteriën (bijvoorbeeld Salmonella, Listeria,...). Daarom kijkt de zuivelsector zo nauwlettend toe op het kiemgetal.
Wanneer de melk op de een of ander manier ziekteverwekkende bacteriën bevat en geen warmtebehandeling krijgt, dan kunnen de bacteriën erin overleven en zich in de melk vermenigvuldigen. Daarom is het aan te raden om rauwe melk eerst te koken of de melk voor gebruik tenminste op 70°C gedurende 1 minuut te verwarmen. Het gevaar is het grootst voor personen die meer gevoelig zijn voor infecties zoals zwangere vrouwen, kleine kinderen en bejaarden.
Het risico dat kaas, boter of andere producten die bereid zijn met rauwe melk schadelijke bacteriën bevatten, is ook groter dan voor producten die bereid zijn met gepasteuriseerde melk.
Op producten die bereid zijn op basis van melk die geen warmtebehandeling gekregen heeft, moet "met rauwe melk" vermeld zijn.
Is melk een goede bron van calcium?
Ja. Calcium is zowat het belangrijkste bouw- en onderhoudsmateriaal van het skelet en zuivelproducten zijn de beste bron van calcium in het westerse voedingspatroon. Ze voorzien in ongeveer twee derden van de calciuminname. Zonder melk en melkproducten levert een doorsnee voeding gemiddeld slechts 350 mg calcium per dag. En dat is minder dan de helft van wat wordt aanbevolen (900 tot 1200 mg per dag). Bepaalde groenten zoals spinazie, broccoli en groene kool, graanproducten, amandelen, hazelnoten, sardienen uit blik en kalkrijk water bevatten eveneens calcium en kunnen de calciumbehoefte helpen dekken. Zij kunnen zuivelproducten echter moeilijk vervangen.
Plantaardige voedingsmiddelen bevatten in het algemeen minder calcium en het lichaam neemt het hieruit doorgaans minder gemakkelijk op.
Uit talrijke studies blijkt dat de calciuminname in België in het algemeen ver onder de aanbevelingen ligt, ook bij adolescenten die tijdens deze periode van versnelde botgroei nochtans extra calcium nodig hebben. Daarnaast is het ook belangrijk voldoende lichaamsbeweging te nemen, bij voorkeur in de buitenlucht, om vitamine D op te doen (vitamine D wordt in de huid aangemaakt onder invloed van het zonlicht). Vitamine D is onmisbaar voor de opname van calcium uit de voeding. Nonchalance op dat vlak verhoogt het risico van osteoporose en botbreuken. Verder kan een adequate calciuminname mogelijk ook een rol spelen in de preventie van een hoge bloeddruk en een beschermend effect hebben op darmkanker. Magere en halfvolle zuivelproducten bevatten evenveel calcium als de volle varianten.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|